Tl verlichting
Wat is een TL verlichting?
Een TL verlichting is een lamp die licht geeft door het oplichten van een fluorescerende laag onder invloed van ultraviolette stralen die opgewekt worden door gasontlading in de lamp. De lichtopbrengst in lumen per watt is 5 a 6 keer zo hoog als bij een gloeilamp.
Een buis is aan de binnenzijde bedekt met een fluoriexcerende stof en gevuld met een van de edelgassen argon of krypton ( of een mengsel hiervan) en kwikdamp onder lage druk. Tussen twee elektrokden aan weerszijden van de buis bindt een gasontlading plaats, waardoor de kwikdamp ultraviolet licht gaat uitzenden. In de fluorescerende laag wordt de ultraviolette straling omgezet in zichtbaar licht.
De Techniek
Om de gasontlading voort te brengen zijn de electroden uitgevoerd als gloeidraad bedekt met imitterpasta en bariumoxide. Deze pasta maakt het mogelijk dat elektroden bij matig-hoge temperatuur uit de gloeidraad ontstanppen. Bij deze temparetuur gaat de gloeidraad veell anger mee dan die in een gloeilamp, en bovendien straalt hij niet zoveel waardeloze warmtestraling uit. Wanneer de ontstanpte elektronen die naar de andere kant van de buis worden versneld tegen een kwikatoom botsen, wordt dat kwikatoom in aangeslagen toestand gebracht. Als zo een aangeslagen atoom terug valt naar de grondtoestand wordt daarbij een foton uitgezonden. De vrijkomende fotonen hebben een energie in het ultraviolette deel van het elektromagnetische spectrum en zijn dus voor het menselijk oog onzichtbaar. Als deze hoog energetische fotonen de fluorscentielaag aan de binnenkant van de buis raken worden de fosfors aangeslagen. bij terugval naar de grondtoestand wordt er door deze stoffen zichtbaar licht uigezonden. Door het mengsel van verschillende fosfors goed te kiezen, kan het geproduceerde lijnenspectrum voor het oog een wit aanzien hebben. elk van de fosforten straalt slechts een gedeelte van de enrgie van het ultraviolet-foton uit als licht, de rest ( het grootste deel) wordt omgezet in warmte.
Starten
Twee TL - buizen , elk met eigen starter , in serieschakeling.
Een klassieke TL verlichting kan niet zonder meer op het lichtnet aangesloten worden ,maar vereist een aantal extra componenten in de vorm van een starter bestaande uit een neonbuis met twee bimetaalelektroden en een ontstoringscondensator, en een smoorspoel ofwel voorschakelapparaat. Beide zij ndoorgaans verwerkt in de armatuur waarin de TL buis geplaatst moet worden.
Als er spanning op een met starter en voorschakelapparaat geschakelde tl-buis gezet wordt, komt er een stroom door het neonbuisje ( niet de lamp zelf) met bimetaal. Hierdoor begint het gas te goeien en worden de bimetaalelektroden warm en trekken tegen elkaar aan, waarmee het neonlampje kortgesloten ( en dus gedoofd) wordt. Nu gaat er een grote stroom door de gloeidraden in de buis lopen. De gloeidraden dienen om de emissiepasta op te warmen. Het neonlampje in de starter koelt af en de kortsluiting wordt weer verbroken. Ten gevolge van de zelfinductie van de smoorspoel in het voorschakelapparaat ontstaat er op dat moment van uitschakelen een spanningspeik van ongeveer 1000 V die de tl-buis doet ontbranden. Eenmaal ontstoken blijft de tl-buis branden, daar de elektroden door het ionene bombardement van de gasontlading en stroom die voor de elektroden loopt op temperatuur blijven. de spanning over de starter is nu zoveel lager dat die niet meer reageert.
Ontsteekt de tl-buis niet , dan wordt het proces herhaalt. Een defecte buis zal het starten steeds laten herhalen, wat uitiendelijk tot een defect voorschakelapparaat en starter kan leiden.
Tegenwoordig worden er vaak elektronische voorschakelapparaten toegepast. Deze zijn lichter en geven een beter rendement en flikkervrije ontsteking. Zo'n apparaat zorgt zowel voor de start van de lamp als voor de stroombegrenzing van de werkende lamp. De lichtopbrengst is onmiddelijk na inschakelen nog niet optimaal. Gedurende de eerste paar minuten neemt de hoeveelheid licht sterkt toe.